Afgelopen week was het weer raak. Onze jongste was nog niet in bed gebonjourd, of hij was er alweer uit. ‘Marc’, zei ik met mijn strenge moederstem, ‘dit is de laatste keer dat je eruit komt, anders moet ik je straf geven.’ Dit moest helpen. Maar ik had me nog niet in de luie stoel genesteld of meneer stond alweer in de deuropening. Onze stoere knul met zijn groene drakenonesie aan. ‘Geef me maar straf Mam, maar ik moet je iets vertellen.’

Dit klonk serieus. ‘Wat is er lieverd?’ Ik trok het mannetje op mijn schoot. Aan één woord had hij genoeg. Horror. Hij had enge filmpjes gezien en de monsters, geesten en duivels zaten nu in zijn hoofd gevangen. 

Gelijk werd ik meegezogen terug in de tijd. Hoeveel gesprekken heb ik wel niet gevoerd met Marcs oudere broers en zussen over horror? Ook zij werden al op jonge leeftijd er naartoe getrokken. Maar niets wat ik zei, leek hen te overtuigen.

Integendeel, ze vonden het juist zeer overdreven. Plagen me er nog steeds mee dat zelfs Disneyfilms als horror werden bestempeld in huize Kooijmans. 

Maar allemaal leuk en aardig, wie moest er ‘s nachts uit om hen te troosten als ze weer eens een nachtmerrie hadden?

Al mijn voorzorgsmaatregelen ten spijt, ze lijken opnieuw te falen. Waar was het misgegaan? Hier hoefde ik niet lang over na te denken. Want eerlijkheidshalve moet ik bekennen, dat wanneer Marc achter een laptop zit, ik ook vaak bezig ben achter een scherm. Dus terwijl ik veronderstel dat hij zoet zit te kijken naar Peppa Pig, The Inbestigators en andere verantwoorde filmpjes, wordt zijn onschuldige jongensbrein blootgesteld aan Bloody Mary, The Killing Bunny en Huggy Wuggy. Beter gaan monitoren dus, maar zou er niet meer zijn dat ik zou kunnen doen?

De oplossing leek te mooi om waar te zijn, want wie zat er bij ons in de kamer? Marcs grote broer. Door de hele toestand was diens interesse gewekt en de oordopjes waren er speciaal voor uit de oren gekomen. Waarom niet advies vragen aan een ervaringsdeskundige? 

Maar deze was vooralsnog te druk met het bijkomen van het lachen. Hier zat zijn moeder, met zijn achtjarige broertje op schoot die verkleed was als een groen monster, opnieuw te dealen met horror. Alles in mij kreunde en steunde. Ik weet mijn sterke en zwakke kanten als opvoeder. En net zoals bij de seksuele voorlichting, stopte ik ook nu het liefste mijn kop in het zand. Dat hoefde ik mijn zoon niet te vertellen.

In mijn wanhoop probeerde ik nog te redden wat te redden viel. ‘Kijk nou eens naar je broertje en zie wat voor effect horror heeft.’

‘Ach Mam’ , zei Grote broer, nu hij zichzelf enigszins herpakt had. ‘Dit bewijst helemaal niets. Marc is zelfs nog bang voor een roze teddybeer’. En voor ik hier op kon reageren, was zijn kleine broer mij voor. ´Nietes, zei deze fel, ‘ik ben helemaal niet bang voor een roze teddybeer’, om er daarna bedenkelijk aan toe te voegen, ‘alleen maar als hij aanvalt.’

Nu voor 15,00

Trending