Lag ik vanmiddag heerlijk een dutje te doen werd ik wreed verstoord door de plaatselijke muziekvereniging die enthousiast voor ons huis Sinterklaasliedjes stonden te blazen. Blijkbaar was de intocht van vorige week nog niet genoeg en vond Sint het vandaag nodig om ons dorp ook aan te doen. Voor mij had het niet gehoeven.

Het blijft een apart fenomeen die Sinterklaas. Ik weet het, velen zullen het niet met mij eens zijn, maar ik heb er een beetje hekel aan. En eigenlijk is dat al zolang ik me kan herinneren. Begrijp me goed, ik ben dol op kadootjes, heb sinds september al kilo’s chocolade pepernoten naar binnen gewerkt en de eerste chocoladeletter is ook al verleden tijd, dus dat is niet mijn probleem. Het gaat mij om die man met die baard. Ik heb hem nooit echt sympathiek gevonden.

Ik zal een jaar of vijf zijn geweest en dit is hoe ik het me herinner. Het was half november, de intocht van de goedheiligman was in volle gang en op één of andere manier had de feestcommissie besloten dat de stoet door onze straat zou gaan. Vol verwachting klopte mijn hartje terwijl ik in onze voortuin alles in me op stond te nemen. Onze, normaal rustige, straat stond vol met uitgelaten mensen en door de fanfare was het een kabaal van jewelste. Heit stond naast me en dat was een geruststellende gedachte. Want ergens diep van binnen voelde ik een bezorgdheid die te groot leek voor mijn kleuterhartje. Wat kon ik verwachten als de Sint voorbij liep? Moest ik mijn hand opsteken? Hem gedag zeggen? Had dit dan weer invloed op wat voor kadootjes er in Mem haar wasmand zouden zijn op vijf december? 

Niets had me gewaarschuwd voor wat komen zou. Het blaasorkest had ons net gepasseerd en vlak daarachter liep Sint Nicolaas met zijn imposante baard en lange mantel. Hij zwaaide naar zijn publiek zoals een heilige hoort te zwaaien. Ik verschrompelde toen ik zag hoe hij onze kant opliep. Wat moest ik zeggen? De tijd bevroor, toen hij voor ons huis stil bleef staan en ik moest al mijn moed bij elkaar rapen om hem aan te kijken. Maar de Sint had totaal geen oog voor mij. 

Nooit zal ik dat moment weer vergeten. De Sint klopte mijn vader joviaal op de schouder en zei vervolgens: ‘Hé Tamme, jij hier ook? En liep door alsof Tamme geen dochter had die nu in verwarring werd achtergelaten.

Tussen de Sint en mij is het nooit meer goed gekomen. 

Nu voor 15,00

Trending